Wat betekenen de 9 arbeidsmarktfunctionaliteiten?
In de figuur gebruiken we korte benamingen. Hieronder staat per functionaliteit wat ermee wordt bedoeld.
A. Vinden, herkennen en diagnosticeren van mensen
De gemeente brengt mensen in beeld die ondersteuning nodig hebben om aan het werk te komen en te blijven. Daarbij wordt gekeken naar talenten, mogelijkheden en de ondersteuning die iemand nodig heeft.
B. Ontwikkelen van werknemersvaardigheden
Mensen die nog niet direct kunnen starten, krijgen de mogelijkheid om werknemersvaardigheden te ontwikkelen. Dat kan bijvoorbeeld via taalonderwijs, een vakopleiding, begeleiding of een werkervaringsplek.
C. Faciliteren van een goede match
Een passende en duurzame verbinding wordt gemaakt tussen de persoon en een werkplek. Dat kan regulier werk zijn, werk met ondersteuning of een beschutte werkplek.
D. Werkgeversbenadering
Werkgevers worden benaderd en ondersteund om kansen op werk te vinden en te realiseren. Daarbij gaat het ook om advies, werkgeversnetwerken en het duurzaam aan het werk krijgen en houden van mensen.
E. Uitstroom naar regulier werk realiseren
Mensen die zonder structurele ondersteuning kunnen werken, worden begeleid naar een passende baan bij een reguliere werkgever.
F. Mensen met beperkte loonwaarde
Mensen met een lagere loonwaarde kunnen met loonkostensubsidie en waar nodig begeleiding aan het werk bij een reguliere werkgever.
G. Middengroep
Dit betreft mensen zonder indicatie beschut werk die nog niet rechtstreeks bij een reguliere werkgever in dienst kunnen. Een dienstbetrekking of detachering via een werkontwikkelbedrijf kan dan passend zijn.
H. Voorzien in een vangnetfunctie voor beschut werk
Voor mensen die alleen in een beschutte omgeving kunnen werken, organiseert de gemeente een passende beschutte werkplek. Die werkplek kan bij een werkontwikkelbedrijf of bij een reguliere werkgever worden gerealiseerd.
I. Uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening
Gemeenten en werkontwikkelbedrijven blijven verantwoordelijk voor passend en duurzaam werk voor mensen die onder de Wsw vallen.
Bron: gebaseerd op de verdere uitwerking van de arbeidsmarktfunctionaliteiten door Berenschot.
Het model ontwikkelt mee met de praktijk
De negen functionaliteiten geven een stevige basis. Tegelijkertijd heeft het denken over een toekomstbestendige sociale infrastructuur niet stilgestaan. Ervaringen van gemeenten, regio's, werkontwikkelbedrijven, werkgevers en maatschappelijke organisaties helpen om het model breder en beter te gebruiken. Drie inzichten zijn daarbij belangrijk.
Maatschappelijke participatie hoort er ook bij
Niet voor iedereen is betaald werk direct haalbaar. Maatschappelijke participatie kan dan een passende en waardevolle vorm van meedoen zijn. Het kan ook een stap zijn in de ontwikkeling naar werk. Andersom moet maatschappelijke participatie beschikbaar blijven wanneer werk niet haalbaar blijkt of niet blijvend passend is.
Daarom nemen we maatschappelijke participatie mee in onze toepassing van het model. We noemen het nu nog niet de tiende functionaliteit. Samen met onze partners willen we nader bekijken welke positie het binnen het model moet krijgen.
De werkgeversbenadering werkt breder door
De werkgeversbenadering is een zelfstandige functionaliteit. Zij gaat over het opbouwen en benutten van werkgeversnetwerken, het vinden en ontwikkelen van kansen op werk en het adviseren en ondersteunen van werkgevers.
Tegelijkertijd werkt het werkgeversperspectief door in andere functionaliteiten. Kennis van werkgevers, werk en de arbeidsmarkt helpt om mogelijkheden en talenten bij mensen te herkennen. Het helpt ook om mensen te ontwikkelen voor echt en toekomstig werk, passende matches te maken, functies en werkprocessen aan te passen en werknemer en werkgever duurzaam te ondersteunen. De werkgeversbenadering begint dus niet pas wanneer iemand klaar is voor plaatsing.
Geen vaste, lineaire route
De functionaliteiten vormen geen stappenplan dat iedereen in dezelfde volgorde doorloopt. Mensen kunnen verschillende routes volgen, onderdelen overslaan of terugkeren naar een eerdere vorm van ondersteuning. Een nieuwe kans op werk kan bijvoorbeeld aanleiding zijn om opnieuw te kijken naar ontwikkeling, matching of begeleiding.
Dat geldt ook voor de beweging tussen maatschappelijke participatie en werk. Iemand kan vanuit maatschappelijke participatie doorgroeien naar werk. Wanneer werk niet passend of niet vol te houden blijkt, moet een andere vorm van meedoen opnieuw beschikbaar zijn. De functionaliteiten beïnvloeden elkaar en moeten daarom in samenhang worden georganiseerd.