Het spoorboekje
Een gids in het verandertraject van jouw sociale infrastructuur
Sociale voorzieningen die mensen naar werk helpen, moeten mee veranderen met de inwoners die een beroep doen op deze voorzieningen. Nu de WSW-indicatie is weggevallen, is het de bedoeling dat meer mensen gebruik maken van het systeem. Maar waar mist de sociale infrastructuur de inwoner op dit moment? En wat moet er gebeuren om dit op te vangen? Dat is de kern van de uitdaging die nu op het bord van velen ligt.
Ray Geerling, zelfstandig adviseur en trainer sociaal domein, en Peter Benschop, projectleider toekomstbestendige inrichting werkontwikkelbedrijven bij Divosa, zagen dat dit veranderproces niet overal op gang kwam. Ter begeleiding van het proces en als hulpmiddel om te starten, zijn Ray en Peter met mensen uit het veld in gesprek gegaan, om samen breed te kijken naar wat er speelt in het veld. Hieruit is het spoorboekje ontstaan.
Wat staat er in het boekje en wat heb je eraan?
Het verandertraject is omgezet in een spoormetafoor, vertelt Ray. De inhoud van het spoorboekje is nuttig als startpunt, maar ook als naslagwerk.
De opzet van het boek is namelijk pragmatisch, zo gaat hij verder, en bestaat uit een stappenplan. Hierbij is gefocust op wat er nodig is in de dagelijkse praktijk. Peter vertelt dat ‘het boek helpt met vragen die opkomen tijdens het veranderproces: heb ik de structuur goed opgezet, en het programma, maak ik goeie stappen, waar zit ik in mijn proces?’.
Het boek biedt inzicht in hoe het eindbeeld van een inclusieve infrastructuur vormgegeven kan worden, welke ontwikkelthema’s daarbij komen kijken en op wat voor manier je dit het beste kan aanpakken.
Het boekje is procesgericht. ‘De uniformiteit die daardoor ontstaat zorgt voor grip op de uitvoering’, vertelt Ray. Ook voor wethouders. Het boekje kan worden ingezet als bestuurlijke duiding: houvast en bevestiging voor bestuurders in een politiek onstuimig klimaat.
Organisatiestructuur
Het spoorboekje helpt je ook om de governance en bedrijfsvoering van je gemeente of werkontwikkelbedrijf onder de loep te nemen. Uit gesprekken tijdens de bijeenkomst blijkt dat er een vraag is hoe deze optimaal in te richten. Gemeenten en werkontwikkelbedrijven zijn in ieder geval gemotiveerd om aan hun vertrouwensrelatie te werken. Hoe dat precies moet, daar ligt een begeleidingsbehoefte. Momenteel is het in sommige regio’s namelijk lastig om de belangen van de bedrijfsvoering van werkontwikkelbedrijven aan te laten sluiten op gemeentelijke belangen.
De inwoner centraal
Iedereen is het ermee eens dat het verandertraject – en het spoorboekje – eigenlijk, maar om één ding draait: de inwoner helpen mee te doen aan de maatschappij. Tijdens de bijeenkomst werd dan ook duidelijk dat werkontwikkelbedrijven een middel zijn om de inwoner te helpen, geen doel op zich. Het behouden van het werkontwikkelbedrijf is alleen toekomstbestendig als het de inwoner ondersteunt.
De inwoner centraal stellen roept vragen op tijdens de bijeenkomst. Zorgen over de zelfstandigheid, inzetbaarheid, loonwaarden en begeleiding verspreidden zich door de zaal. Maar met een samenwerking gebaseerd op vertrouwen, en misschien het spoorboekje, komt een toekomstbestendige verandering op gang.