Van ambitie naar uitvoering
Minister Aartsen laat in de Kamerbrief zien dat in het overgrote deel van Nederland wordt gewerkt aan een toekomstbestendige sociale infrastructuur. In veel regio’s zijn gemeenten, werkontwikkelbedrijven en andere partners met elkaar in gesprek over hoe zij inwoners ook in de toekomst goed kunnen ondersteunen richting werk en ontwikkeling. Daarbij werken zij samen aan een toekomstvisie die richting geeft aan de keuzes die de komende jaren nodig zijn.
De fase waarin regio’s zich bevinden verschilt. Sommige regio’s hebben hun gezamenlijke koers al verder uitgewerkt en zetten stappen richting uitvoering. Andere regio’s zijn nog volop bezig met het ontwikkelen van een toekomstvisie. Volgens de minister is die beweging belangrijk: juist door nu samen richting te bepalen, leggen regio’s de basis voor een sociale infrastructuur die toekomstbestendig is.
Marjolein herkent dat beeld. “Iedere regio zit in een andere fase. Dat is ook logisch. Het belangrijkste is dat in steeds meer regio’s partijen samen onderzoeken wat er nodig is om inwoners ook in de toekomst goed te ondersteunen. Vanuit die gezamenlijke visie kun je vervolgens stap voor stap bouwen aan de uitvoering.”
Leren van elkaar versnelt de ontwikkeling
Regio’s staan voor vergelijkbare vraagstukken en kunnen elkaar daarin verder helpen. Juist het delen van kennis, ervaringen en praktijkvoorbeelden helpt om sneller stappen te zetten. Dat ziet ook minister Aartsen terug in de Kamerbrief. Volgens hem draagt de ondersteuning vanuit het landelijke programma eraan bij dat regio’s elkaar weten te vinden en samen verder bouwen aan een toekomstbestendige sociale infrastructuur.
Een belangrijke rol daarin spelen het lerend netwerk en het voortrekkersnetwerk. Hier ontmoeten gemeenten en werkontwikkelbedrijven elkaar om ervaringen uit te wisselen, dilemma’s te bespreken en te leren van aanpakken die elders al zijn getest. Wat in de ene regio werkt, kan een andere regio inspireren of helpen om sneller tot keuzes te komen. “Je hoeft niet allemaal zelf het wiel uit te vinden. Door open te delen wat goed gaat én waar je tegenaan loopt, helpen regio’s elkaar verder. Dat is misschien wel de grootste kracht van het programma,” vertelt Marjolein.
Daarnaast ondersteunen strategisch adviseurs regio’s bij hun eigen opgaven en bieden praktische handreikingen houvast bij vraagstukken rondom samenwerking, governance en financiering. Zo versterken landelijke kennis en regionale praktijk elkaar.