Overslaan en naar de inhoud gaan

Denktank III: werk voor iedereen

Tijdens de tweede bijeenkomst van de Denktank Toekomst van Werk lieten deelnemers zich inspireren door sprekers Bartel Geleijnse, Erik Dannenberg en theatermaker Pepijn Smit. Daarnaast gingen zij aan de slag met de set van waarden voor de toekomstige sociale infrastructuur en werk in 2050.

 

 

Wat als werk weer écht inclusief wordt?

‘Vandaag gaan we dromen en onze visie op de toekomst vormen. Doel is elkaar te inspireren en samen te bouwen aan een set aan waarden voor de sociale infrastructuur.’ Aldus programmamanager Nynke Willemsen bij de opening van Denktank #2 van het programma Toekomstbestendige Sociale Infrastructuur.

Locatie is The Colour Kitchen in de wijk Zuilen in Utrecht, met restaurant, buurtcentrum, theater en bibliotheek. Een inspirerende locatie voor een inspirerende bijeenkomst met de ruim 25 deelnemers aan de Denktank, een ochtend die eindigt met verhalen vertellen aan elkaar.

We hebben werk hè

Stilte. Op beeld mensen aan het werk. Witte jassen, lopende band.

‘Tiem. Ken je Tiem? Wij helpen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.’

‘Een taboe?!’

‘We hebben werk hè?’, zegt Daniel. ‘We zijn wie we zijn en hier zit je beschut.’

Miranda verpakt tubes acrylverf in doosjes. ‘Ze hebben mij zo bang gemaakt. Ik was zo zenuwachtig dat ik moest overgeven.’

We hebben gekeken naar een fragment uit de video van de voorstelling ‘De Onmisbaren’ van PS Vertelt, geeft Nynke Willemsen mee. ‘Om over na te denken.’

Trots

‘Precies dit, deze beeldvorming, daar strijd ik tegen’, zegt de eerste spreker én gastheer vandaag, oprichter Bartel Geleijnse van The Colour Kitchen na het zien van de video. ‘Als we dit niet adresseren, gaan we het nooit oplossen.’ Geleijnse vertelt over The Colour Kitchen, onderneming in horeca en catering, zeventien jaar geleden door hem opgericht. ‘Met onze academy begeleiden we mensen van bank naar baan, altijd met een sociaal hart. We kiezen ervoor om dit traject, om van die bank af te komen, altijd in een echte omgeving te doen.’ Als voorbeeld geeft hij de bedrijfsrestaurants van reguliere bedrijven. ‘Via die restaurants komen onze mensen in de bedrijven, en nemen ze de gastvrijheid en servicegerichtheid mee die ze leren op onze academie.’ Bedrijven weer trots maken is een doel. ‘Samen zijn we verantwoordelijk.’

Sjoelbak

Denken in één sector is onmogelijk, betoogt Erik Dannenberg, tweede inspirator vandaag. Hij vertelt over zijn loopbaan die ooit begon bij de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils. ‘Daar leerde ik om niet in zorgtaal naar mensen te kijken.’

Hij toont een beeld van de vooruitgang, van kolenkachel naar gashaard naar cv-ketel en warmtepomp. ‘Dit beeld weerspiegelt opkomende en afkalvende industrieën. Kan een bedrijfstak niet mee in innovaties, dan is dat een direct gevaar voor de sector. 

Iedereen doet mee? ‘Vergeet het’, stelt Dannenberg. ‘Hoe begeleiden wij mensen die op een of andere manier niet goed meekomen?’ We gaan classificeren. Dat is het nadeel van de verzorgingsstaat meent hij: het eindeloos classificeren. Dannenberg: ‘We hebben de bevolking opgedeeld in doelgroepen. In de sjoelbak van de wereld van werk ziet dat er zo uit: aparte vakjes voor dagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en loonkostensubsidie. Mijn conclusie: ons systeem houdt in stand dat ontzettend veel mensen blijven hangen op een te laag niveau. Omdat dat veilig is, want een herindicatie is gevaarlijk.’

Nederland is het meest geordende land ter wereld, stelt Dannenberg. ‘Van mensen naar instituten, en dat geldt ook voor de sociale werkvoorziening. Dat hebben we in een aparte infrastructuur gegoten. Geïntegreerd? Wellicht, maar je kunt niet spreken van inclusie.’ Hij illustreert dit met de GRIP-cirkels waarin het duidelijk wordt.

Bestaansonzekerheid

‘Relatief veel mensen zitten thuis’, schetst Erik Dannenberg, ‘arbeidsongeschikt of vanuit de Participatiewet. Dat voelt alsof we zeggen: u bent niet meer nodig! Terwijl we juist de taak hebben om voor al deze mensen, voor iedereen, plekken te creëren in de reguliere samenleving.’

In een volgend beeld toont Dannenberg de beroepsbevolking; 29 procent hiervan heeft te maken met bestaansonzekerheid. ‘De zogenaamde werkende armen’, stelt hij, ‘mensen in de bijstand of met een wisselend, onzeker inkomen. Ook voor armoede verdwalen we in ons land in de regelingen, een doolhof.’ Ruim 750.000 huishoudens hebben te maken met problematische schulden. Ook voor de landelijke overheid is het een organisatievraagstuk, meent Dannenberg. Vijf ministeries – op het scherm weergegeven als beschuitbussen – gaan over het sociaal domein.’

‘Arbeidsongeschikt of vanuit de Participatiewet. Dat voelt alsof we zeggen: u bent niet meer nodig! Terwijl we juist de taak hebben om voor al deze mensen, voor iedereen, plekken te creëren in de reguliere samenleving.’

Soep

Dannenberg wil gemeenten uitdagen. Hij maakt de vergelijking met soep. ‘Je wilt geen groenten en andere ingrediënten zien, je wilt die soep. Die moet je koken, samen beleid maken. Dan leg je iets op het bord van mensen dat klopt. Werk is een ingrediënt, daar gaan wij – gemeenten en werkontwikkelbedrijven – over. Laten we daar samen iets goeds van maken! Zodat iedereen kan meedoen in de gewone wereld.’ Dat is de essentie, stelt hij: meedoen met een talent en niet thuiszitten. 

Hij besluit: ‘Laat houding en gedrag voorop staan, in plaats van beleid en infrastructuur. Door talenten te zien en te ontdekken, maak je verbindingen.’

Set van waarden

Na het betoog van Erik Dannenberg gaat de Denktank uiteen in drie groepen. Deelnemers krijgen de opdracht na te denken over een set van waarden voor de toekomstige sociale infrastructuur. Wat hebben we losgelaten in 2050? Vanuit welke waarden ontwerpen we de sociale infrastructuur voor 2050? Welke waarde staat centraal? De antwoorden uit de verschillende groepen komen terug in de volgende Denktank. Net als de dromen en voorbeeldverhalen uit de verschillende organisaties waarin het gaat om het begrip “werk”.

Verhalen van werknemers

Na de koffiepauze vertelt Pepijn Smit van het Leidse stadstheatergezelschap PS Vertelt over theatervoorstelling De Onmisbaren waarvan we bij aanvang van de sessie een korte impressie kregen. PS Vertelt kreeg van het Leidse werkontwikkelbedrijf DZB de vraag of hij iets kon maken met de verhalen van hun werknemers. ‘Wij kennen deze mensen niet. Geef ons vier jaar om ze te leren kennen’, was mijn antwoord vertelt Smit. Zo liepen zij vier jaar mee met werknemers, zij deelden hun verhalen en lieten zien hoe de omgeving reageert op hun werk. ‘Verhalen van mensen voor wie werk niet zomaar werk is, maar een manier om mee te doen aan de samenleving. Vier jaar later gaven we onze eerste voorstelling in de kantine van DZB en bij ontwikkelbedrijf Tiem in Zwolle, De Onmisbaren, en wat doe jij eigenlijk? In de livevoorstelling bij bedrijven spelen acteurs de portretten’, legt Pepijn uit. De komende maanden spelen zij in company bij Werkse! In Delft en Rijnvicus in Alphen aan den Rijn. Tot slot neemt Pepijn ons mee in het verhaal van Aad die werkt in de fietsenstalling van Leiden Centraal.

Aad: ‘Uiteindelijk heb je niet zoveel te kiezen in het leven. Ze leerden mij dat ik niets kon. Zo krijg je vanzelf een minderwaardigheidscomplex, daar zal ik eerlijk in zijn. Ik werd er zo een, in de sociale werkvoorziening. Eerst de businesspost, nu de fietsenkelder. Ja, ik weet wat ze denken hoor, dat is er zo één. Als ik had kunnen kiezen had ik een vak geleerd.’

Partners van het programma